VerGedichteN

Het ijs van wantrouwen
Is al een tijd gesmolten.

Dan staat de man,
kracht in de keuken.
Betast de welving
en de vloeistof
in de buizen.
Zijn spieren
houden de sleutel.

De blik,
het verre langen.
De bloem streelt
openlijk de knop.
Zijn kop wordt nu een stoot.

Zij ,
het schaamrood op de lippen.

Een mooie ochtend
in de lende.