Met een glimlach op de verzen

Geboren uit mijn ruggenmerg
Schreef ik de woorden op
Waar ik de helft nog van begrijp.

Nu mijn gevoelens zijn ten toon gesteld
Op de ruwe rommelmarkt van de emotie.

Mijn ingewanden zijn gaan lopen
En in mijn nek
Trekken mijn hersenen zich terug.

Onder mijn oksels
Verbrokkelt mijn lichaam
Van brekende angst.

Daar staat het nu
Als een paal boven het getater.

Zullen ze er tegen schoppen
Er even tegen leunen
Of is het enkel goed genoeg
Om een hond tegen te plassen?

Ik ben zo bang
Dat ik mijzelf niet meer kan lezen.
De schrik heeft zich meteen gebeiteld
In de grafsteen van mijn hart.