Hoe dikwijls heeft mijn stilstaand hart
Mijn hersens in de pan gehakt
Waren mijn zinnen de getuigen
Van een vreemd oneigenlijk gedrag
Werd een bokser uit mij losgeslagen
Of een Casanova zonder stijl.
Toen ik nadien mijzelf bezocht
Een broze vriend
Gewikkeld in krokant verlangen.
Het brakke water van de platte beek
Die zich een golf van wilde baren waande.
Een weerzien met een prikje spijt
Ik ben een man met lege ledematen
Die ongevraagd op wandel gaan.