Vrouwen zonder kleren

Fragment uit de roman ‘Vrouwen zonder kleren’, uitverkocht, gepubliceerd bij Halewyck.

Na een snelle blik door het spionnetje deed hij de deur open voor Frans. Koen ging zo goed en zo kwaad hij kon voor het schilderij staan dat op de vloer steunde, en hij met zijn linkerhand recht hield.
’t Is in orde’ zei John, en hij nam Frans in zijn armen.
‘Dag Koen’ zei Frans snel, om de omhelzing wat minder belangrijk te maken.
‘Onze martelaar is terug’ zei John ‘de man die door jouw schuld in het verderf gestort is. Er is geen beter moment om je excuses aan te bieden, Koen.’

‘Frans...’ begon Koen weifelend, terwijl John in zijn privéruimte verdween.
Frans zag dat het atelier zo goed als leeg was. Een stapel doeken was met het gezicht naar de muur in de hoek gesmeten.
‘Frans, ik kan niet zeggen hoe verschrikkelijk ik het vind wat er met jou gebeurd is. Ik kon echt niet weten...’
‘Was die bom van jou misschien?’
‘Nee, natuurlijk niet. Ik heb geen bommen. Ik wil zeggen, in het pak …’
John stond glunderend aan het andere eind van de loft. Hij hield een schilderij voor hem. Ongeveer anderhalve meter op een meter groot,. Een prachtig naakt. Een jonge vrouw, leunend tegen een muur. De lichaamstaal een beetje verveeld, de ogen die je recht aankeken vol speelse lust.
Frans stond er gebiologeerd naar te kijken.
‘Dat is het, Frans. Ik wil dat je het aanneemt als een geschenk van een dankbare vriend.’
Verbaasd keek Frans van het schilderij naar het gezicht van John, en dan naar Koen. Nu pas merkte hij dat het schilderij dat Koen met zijn lichaam probeerde af te dekken, ook een naakt was.
‘Wat is dat allemaal’, vroeg Frans een beetje dwaas.
‘Weet hij het niet?’
‘Nee’ zei John ‘Ik heb lang getwijfeld of ik hem de meisjes zou tonen. Ik was bang dat Frans mijn vriend niet zou willen blijven.’
‘Ik dacht dat je alleen maar…’
‘Landschappen schilderde. Dat denkt iedereen.’
‘Ze zijn verschrikkelijk mooi.’
‘Het zijn meesterwerken’ zei Koen onnozel ‘en hij ondertekent ze met een andere naam. Niemand weet dat hij ze maakt.’

Frans ging stilletjes op de sofa zitten. Zijn ogen bleven bij het schilderij dat John nog steeds voor zijn borst hield.
‘Het is prachtig’
‘Het cadeau dat ik je al lang had moeten geven, Frans. Sorry dat het zo lang geduurd heeft.’
‘Maar waarom zo verdoken? Zo hypocriet? Jij bent de laatste van wie ik dat soort valse gespletenheid zou verwacht hebben.’
John kwam nu naast hem zitten.
‘Ha, Frans. De vriend die alleen het beste in mij kan zien.’
‘Het is schandelijk aantrekkelijk. Het is een wansmakelijk verdoken talent. Waarom, John? Hoe kan jij zo laf zijn om je eigen werk te verstoppen?’
‘Waarom niet, Frans? Ik ben te eerlijk om niet te liegen.’
‘Dat begrijp ik niet.’
‘Waarom zou ik eerlijk moeten zijn in de oneerlijke massa? Ik ben niet moedig, zoals jij. Ik ben laf.’
‘Hij overdrijft’ zei Koen.
‘Hoe zou jij dat nu weten, Koen? Wat weet jij eigenlijk van mij? Behalve dat ik mooie naakten schilder waar jij klanten voor zoekt die er belachelijk veel geld voor betalen.’
‘Omdat het kunst is.’
‘Dat is waar. Bovendien zorg jij er tenminste voor dat ze enkel bij mensen terechtkomen die ze werkelijk mooi vinden. En er fortuinen voor betalen. Kijk, ons Koentje heeft er net zelf een gekocht.’
John haalde pakken geld uit zijn zakken, en gooide ze voor hen op de vloer.
‘Twee miljoen.’ zei hij ‘Ik ben een rijke vent.’
Ik kan het geschenk niet aannemen, dacht Frans, zo veel geld kan ik niet aanvaarden.
‘Hij liegt’ zei Koen droog ‘Hij geeft het geld weg.’
John keek verbaasd.
‘Dacht je dat ik dat niet wist?’
‘We weten blijkbaar niet veel van John’ mompelde Frans.
‘Hij geeft al dat geld aan Amnesty en Greenpeace en zo. Hij heeft genoeg aan zijn landschappen om er rijkelijk van te leven.’
‘Robin Hood’ dacht Frans luidop.
John werd kwaad. ‘Je verslijt mij als een held. Hou toch op. Ik ben een gewone klootzak met een beetje talent en een klein beetje verstand.’
‘Veel verstand’ zei Koen.
‘Mijn hoofd is als een internet vol waardeloze feiten.’
‘Wie zoekt, die vindt.’
‘Hou op met zeveren, Koen. Ik weiger rekening te houden met wat een rechtse klootzak over mij denkt. Kijk maar wat je Frans hebt aangedaan, stuk ongeluk.’
‘Maar Koen heeft daar niets mee te maken. Het was een misverstand. Het was gewoon omdat ik van Herman een pakje mee heb genomen …’
‘Ha, daar hebben we het. De verschrikkelijke Herman, de hoofdman van de hersenloze vrienden van onze Koen.’
‘Herman kon er ook niets aan doen.’
‘Daar zou ik nog zo zeker niet van zijn.’
‘Dat zeg je maar omdat je zijn ideeën gevaarlijk vindt.’
‘Kijk, dat zie je nu verkeerd, Frans. Ideeën zijn nooit gevaarlijk. Koen is ook een rechtse rakker, god weet waarom, maar hij is niet gevaarlijk. Herman daarentegen, die is rechts uit domheid, en daar moet je voor uitkijken.’
‘Je overdrijft, John, Herman is niet dom.’
‘Nee? Ik zal je iets vertellen over dat uitschot. Koen hier, die heeft hem eens meegebracht om een naakt van mij te kopen.’
‘Ok, John, dat was verkeerd.’
‘En nog geen klein beetje, Koen. Weet je wat dat leeghoofd tegen mij zei? Hij wou ook zo’n schilderij met vrouwen zonder kleren.’
‘Ja, dat is een beetje ongelukkig…’
‘Nee, nee. Het was geen onhandige uitdrukking. Vrouwen zonder kleren. Hij keek er ook naar alsof ik die meisjes hun kleren afgepakt had. Of ik ze in hun blootje gezet had. Hij meende het echt. Hij vond mij een pornoschilder ten dienste van geile leeghoofden zoals hij.’
‘Waarom kocht hij het dan?’
‘Hij wou ook helemaal niet kopen. Daar was hij te hypocriet voor. Hij kwam gewoon gluren. Een vieze gluiperd. Om dan bij zijn bende te kunnen klagen dat het een schande was dat zulke afbeeldingen in de musea mogen tentoongesteld worden.’
‘Je hebt gelijk, John. Hij begreep helemaal niets van uw liefde voor schoonheid. En nog eens, sorry Frans, ik heb je in dat wespennest gestoken. Je hebt dat niet verdiend.’
‘Niemand verdient dat, Koen. Het was een misverstand.’
‘Ik ben blij dat je het zo goed opneemt. Ik moet opstappen. Ik heb nog wat te doen.’

Ik had het hen misschien moeten zeggen, dacht Koen terwijl hij het schilderij in zijn koffer legde. Maar hij wist wel beter.
Wetenschap kan gevaarlijk zijn.
Ook John had twijfels. Hij had Frans zijn beste werk willen geven, maar dat kon niet. Hij wou niet dat Eva naakt in de woonkamer van Frans zou hangen, want hij kon niet inschatten hoe Justine daar zou op reageren. Tenslotte was haar laatste bezoek niet te best geëindigd.
‘Jij denkt zo diep na’ had ze gezegd ‘dat je aan de oppervlakte niets meer ziet bewegen.’
Dus gaf hij Frans het portret van Marisol dat hij jaren geleden geschilderd had. Marisol die nu moeder van twee kinderen was, gescheiden van haar man, en door een woekerende suikerziekte geplaagd werd. Dat vertelde hij er niet bij.